IndexKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Dolf Isiah Armstrong

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Dolf Isiah Armstrong
P R I S O N E R



Aantal berichten : 1
Registratiedatum : 09-04-13

BerichtOnderwerp: Dolf Isiah Armstrong   di apr 09, 2013 4:02 am

DOLF ARMSTRONG
Truth is beautiful, without doubt; but so are lies
Statistics & Information
P.O.B Winnemucca, Nevada
Occupation Unemployed
Kind Gevangene
Current Age 27
Parents Alice Tyler-Armstrong († 02-02-2004) &
Theodore Armstrong († 02-02-2004)
Siblings None
Played By Tarkan Tevetoðlu
Written By Merel.

Appearance


Met zijn groene ogen, waar geen enkele emotie uit is op te vatten, en zwarte haar, wat aardig snel groeit en hem voortdurend in de weg zit, is Dolf geen bijzondere verschijning. Getinte huidskleur, jeans, simpel t-shirt, hij trekt simpelweg niet veel aandacht. Dolf is tamelijk mager van postuur en van een body-builders spiermassa is totaal geen sprake. Hij is, qua uiterlijk, vrij normaal te noemen. De persoon die niet opvalt in de menigte op straat, maar dat is ook niet wat Dolf graag wil. Hij plaatst zichzelf op de achtergrond, de plek waar hij zich het meest thuis voelt. Het enige wat opmerkelijk is aan zijn verschijning is het behoorlijke litteken van een derdegraads verbranding op zijn onderarm, maar met uitzondering daarvan, is zijn verschijning heel doorsnee

Personality


Introvert

Dolf is heel erg stil en teruggetrokken. Hij zou nooit zomaar op iemand afstappen om kennis te maken als daar geen goede reden voor is. Het is niet dat hij verlegen is, hij heeft simpelweg geen behoefte om met andere mensen te delen wat er in zijn hoofd omgaat. Toch is hij niet weg van een gezellig praatje, zolang het maar over ditjes en datjes gaat en het maar met mensen is waar hij zich op zijn gemak voelt.




Good-natured

Hoewel het niet zo mag lijken, is Dolf enorm behulpzaam. Vanaf jongs af aan heeft hij altijd snel medelijden met anderen gehad en het liefst zou hij iedereen willen helpen om niet alleen anderen, maar ook zichzelf gelukkig te maken. Echter, alleen diegenen die hem door en door kennen, en dat zijn er maar weinig, weten dat hij het lastig vind om anderen in moeilijkheden te zien. Ondanks dat hij zo behulpzaam is, zou hij toch altijd zijn eigen veiligheid op de eerste plaats zetten en geen overhaaste beslissingen nemen.




Naive

Dolf's behulpzaamheid is soms ook zijn zwakke kant. Omdat hij graag iedereen wil helpen, is hij ook erg goed van vertrouwen. Als iemand hem een goed argument kan geven, dan gelooft hij die persoon. Het is niet moeilijk om misbruik van het te maken, want hem ergens van overtuigen is zo gebeurd. Dolf weet echter wel van zichzelf dat dit zijn zwakke kant is, dus hij gelooft niet elke slappe smoes.




Cowardly

Dolf moet het niet hebben van zijn lichamelijke kracht en dat weet hij zelf ook. Het is daarom dat hij liever geen confrontaties aangaat met anderen, simpelweg om zichzelf te beschermen. Het is niet dat hij zichzelf niet zou proberen te verdedigen, maar hij zou zonder twijfel het onderspit delven. Het liefst vlucht hij als een situatie uit de hand dreigt te lopen, en omdat hij erg snel is, is dat een tactiek die goed bij hem past en voor hem succesvol is.




Patient

Om Dolf echt enorm kwaad te krijgen is bijna onmogelijk. Hij is erg geduldig en trekt zich meestal vrij weinig aan van wat anderen tegen hem zeggen of van hem denken. Om niet te veel in de schijnwerpers te staan houdt hij zich rustig en blijft hij in de meeste situaties beleefd. Als hij ergens niet tegenin gaat, wil dat niet zeggen dat hij het er mee eens is. Vaak heeft hij simpelweg geen behoefte om met iemand in discussie te gaan en laat hij alles maar op zich afkomen.




Creative

Zijn vindingrijkheid heeft Dolf van zijn moeder geërfd. Net als zij kan Dolf overal een goede oplossing voor bedenken en om vervolgens geconcentreerd bezig te zijn met die oplossing is voor hem ook geen probleem. Stille wateren hebben vaak diepe gronden, en bij Dolf is dat niet anders. Naast dat hij vernuftig is, is hij ook creatief. Hij houdt van tekenen en is er, vindt hij zelf, ook goed in.


History


Dolf Isiah Armstrong werd geboren op 17 januari 1986 in Winnemucca, Nevada. Hij was het enige kind in de familie Armstrong, maar had daar eigenlijk geen problemen mee. De relatie met zijn ouders was zeer goed en ze hadden het samen goed. Er was nooit veel geld te besteden, maar genoeg om moeder Alice, vader Theordore en Dolf in hun behoeften te voorzien. Als kind al was duidelijk dat Dolf het er plezier aan had om anderen te helpen. Zijn eerste bijbaantje was het doen van boodschappen voor de ouderen die dat zelf niet meer konden en niet lang daarna had hij zich ook aangemeld als vrijwilliger bij het plaatselijke dierenasiel. Ondanks dat hij het erg druk had, was dat aan zijn resultaten op school niet te zien. Hij presteerde boven gemiddeld en hoefde daar maar weinig voor te doen. Als er wel een moment van vrije tijd had sprak hij af met zijn vaste vriendengroep om een stuk te gaan rijden in de oude pick-up truck van zijn vader of ging hij wat doelloos zitten schetsen in zijn schetsboek. Eigenlijk was alles perfect, totdat, vlak na zijn 18e verjaardag ineens zijn hele wereld instortte. Het huis waar de familie Armstrong woonde brandde in een nacht volledig uit. En hoewel Dolf het er zonder al te veel kleerscheuren vanaf wist te brengen, was het lot van zijn ouders minder gelukkig. Het litteken van de brandwond op zijn onderarm is het enige wat nog aan die fatale nacht herinnert, verder is er niets meer over van het eens zo gelukkige gezin uit Winnemucca.


Na de dood van zijn ouders raakte Dolf in een depressie. Hij was pas 18, maar deed er alles aan om zoveel mogelijk alcohol naar binnen te gieten om maar te vergeten wat er was gebeurd en de schuldgevoelens die aan hem knaagden te onderdrukken. Hoewel hij bij een tante en oom werd ondergebracht en hij het altijd goed met hen had kunnen vinden was dat nu wel anders. Er was constant ruzie, niet alleen over het feit dat hij regelmatig midden in de nacht dronken thuis kwam, maar ook omdat school hem niet meer interesseerde en hij zijn gezicht daar niet meer liet zien. Nadat hij op een nacht weer eens bezopen thuis kwam en zijn oom hem een klap in zijn gezicht had gegeven omdat hij ook niet meer wist wat hij met de jongen aan moest, was het voor Dolf genoeg. Nog de volgende ochtend vertrok hij, met de auto van zijn oom en tante, uit Winnemucca naar Las Vegas. Zonder onderdak en met een klein budget liep hij dagelijks maar doelloos rond in de stad en probeerde wat geld te verdienen door vele kansspelers te vragen of ze wat geld konden missen. Al snel kwam Dolf erachter dat hij geen geld zou krijgen door er om te smeken en probeerde hij het maar met zakkenrollen. Dat ging hem ook niet makkelijk af en hoewel hij wel weer enige inkomsten had, was het niet genoeg om van te leven.


Alles verbeterde nadat hij Caleb had ontmoet. Caleb was een oudere man, die regelmatig naar Las Vegas kwam om in een van de vele casino’s wat geld te verdienen. Dolf had geprobeerd hem met een simpel truucje wat geld afhandig te maken, maar Caleb was er niet ingetrapt. Totaal onverwacht had hij hem echter alsnog een biljet van 100 dollar aangeboden, onder voorwaarde dat hij met Caleb mee zou gaan om wat te drinken in een bar. Natuurlijk had Dolf met deze voorwaarde geen enkel probleem en de twee raakten aan de praat. Dolf vertelde hem wat er was gebeurd, waarom hij zijn geld op deze manier bij elkaar moest sprokkelen. Caleb was de eerste die medelijden aan hem had getoont en tot zijn grote verbazing bood hij Dolf een baan aan in San Francisco. Wanhopig als hij was, stemde hij natuurlijk meteen toe en zo kwam Dolf enkele dagen later in San Francisco aan, met Caleb. Wat hij zich toen nog niet realiseerde was dat dit een hele verkeerde keuze was geweest.


Dolf deed verschillende klusjes voor Caleb. Hij bracht pakjes rond, opende brieven, fungeerde als chauffeur van zijn persoonlijke taxi en dat soort kleine zaakjes. Hij kreeg een appartement aangeboden en alles leek weer goed te komen, maar niets was minder waar. Na een aantal maanden ving Dolf een gesprek op tussen Caleb en een van zijn vrienden. Hij hoorden hen praten over ‘hem uit de weg ruimen’ en ‘zorgen dat ze het niet merken’. Dolf raakte in paniek, hij dacht dat het over hem ging en stapte op Caleb af om te vragen hoe de vork in de steel zat. Het was toen dat de waarheid boven tafel kwam. Caleb vertelde dat hij en zijn vertrouwelingen een uitgebreide criminele organisatie runden, waarop Dolf weigerde om nog langer voor hem te werken. Maar Caleb herinnerde hem eraan dat alles wat hij nu had, het goede leventje wat hij nu leidde, dat hij dat aan hem te danken had en dat, als hij zou willen vertrekken, hij alles terug zou moeten betalen. Min of meer gedwongen bleef Dolf maar voor hem werken en deed hij wat Caleb van hem verwachtte, pakjes rondbrengen, waarvan hij inmiddels de inhoud wel wist, brieven bezorgen en taxichauffeur spelen.

Voor jaren ging het zo door. Dolf werkte voor Caleb en Caleb zorgde er voor dat hij een ‘normaal’ leven kon leiden. Maar hoe langer Dolf voor hem werkte, hoe meer hij realiseerde wat er allemaal gebeurde in de organisatie. Dit waren geen kleine criminele zaken meer, maar het was meer dan dat. Moord, marteling, mensenhandel, Caleb had het allemaal op zijn naam staan. Toch wist Dolf dat hij geen andere keuze had dan te doen wat Caleb hem opdroeg. Hij zou hem nooit alles kunnen terugbetalen wat hij gekregen had en al zou hij dat wel kunnen, dan zou hij door te vertrekken alsnog zijn eigen doodvonnis tekenen. Toch vond hij ergens de spanning wel aangenaam en hij kon zelfs zijn creatieve talent gebruiken, want het bleek dat Dolf geknipt was voor het vervalsen van officiële documenten. Maar hoe langer Dolf voor Caleb werkte, hoe meer hij veranderde. De jongeman die hij eerst was, die er plezier aan beleefde om anderen te helpen, bestond niet meer. Alles in zijn leven draaide erom om Caleb tevreden te stellen.


Op een zekere donderdagavond reed Dolf Caleb en een van zijn zakenpartners naar een locatie die voor hem nog onbekend was. ‘Linksaf’ en ‘Rechtdoor’ waren de enige aanwijzingen die Caleb hem gaf terwijl hij de auto voorreed. Ze stopten voor een grote villa en Caleb vertelde hem te stoppen in de auto te wachten tot de beide mannen terug kwamen. Maar het duurde lang en om de tijd te doden was Dolf een sigaretje gaan roken terwijl hij tegen de motorkap van de auto aan leunde. Toen Caleb en de andere man terug kwamen gooide hij snel de peuk weg en stapte weer in de auto, om vervolgens een andere route terug te nemen. Het was de volgende ochtend dat Dolf zich realiseerde wat Caleb dit keer had gedaan. De voorpagina’s van elke krant, elke televisiezender, overal stond vermeld hoe twee kinderen van 9 en 12 jaar om het leven waren gebracht. Dolf walgde van Caleb, maar nog meer van zichzelf, hij had hier immers aan meegewerkt. Dit ging voor hem te ver en Dolf maakte dezelfde middag nog een afspraak met Caleb om te vertellen dat hij hiermee wilde stoppen, wat de consequenties dan ook waren, dit kon hij niet verdragen. Een ruzie ontstond in het kantoor. Niet alleen vanwege wat zich de vorige nacht had afgespeeld en ook niet alleen om het feit dat Dolf op wilde stappen. Caleb was woest, hij, Dolf, had zijn DNA achtergelaten op het plaats delict. Dolf wist onmiddellijk dat hij het had over de sigarettenpeuk en wist dat dit voor hem alleen maar verkeerd kon aflopen.


Enkele weken later was het Dolf die op de grond geduwd werd door drie agenten, was het Dolf die werd afgevoerd naar het politiebureau en moest afwachten op zijn proces, was het Dolf die in het beklaagdenbankje in de rechtbank zat en was het ook Dolf die bekende de moord op twee jonge kinderen te hebben gepleegd.


Random Stuff


Op momenten als deze, als er iets engs of spannends staat te gebeuren, spelen normaal gesproken de doemscenario's zich af zijn in zijn gedachten, maar deze keer was anders. Dolf wist wat er ging gebeuren, hij wist wat hij moest doen, de nachtmerrie was al compleet en er zou niets zijn wat de hele situatie erger zou maken dan het al was. Vanachter het raam van het politiebusje keek hij naar de gebouwen die in een flits voorbij leken te vliegen. Zou hij er ooit nog naar binnen kunnen gaan? Dolf zuchtte en liet zijn hoofd hangen. Als er een mogelijkheid zou zijn geweest was hij uit het busje gesprongen, alles beter dan zijn eigen vonnis tegemoet rijden, maar dat was natuurlijk een onwerkelijk idee. Mocht hij de boeien en kettingen rond zijn polsen en enkels los krijgen, dan had hij als nog geen schijn van kans tegen de gewapende agent die hem ‘gezelschap’ hield. Met de minuut voelde hij zich verschrikkelijker. Opnieuw wierp hij een blik uit het raam, ze waren niet ver meer van de rechtbank. Hij hoopte dat niemand zou merken hoe moeilijk hij dit vond, hoe zenuwachtig hij was, hoe bang hij eigenlijk was. ‘Nog een kleine vijf minuten.’ Vertelde de agent hem, nadat Dolf diep gezucht had. Dolf keek hem aan en knikte om aan te geven dat hij het begrepen had. De man mocht hem niet, dat was overduidelijk. De walging van hem was duidelijk van zijn gezicht af te lezen. Dolf kon het hem niet kwalijk nemen, hij walgde ook van zichzelf.


Het politiebusje stopte en de agent liep naar hem toe. Zonder enige waarschuwing greep hij Dolf bij zijn onderkaak en draaide zijn gezicht in zijn richting. ‘Ik waarschuw je één keer, haal het niet in die scheitkop van je om iets te proberen. Duidelijk?’ Bijna schreeuwend riep de agent hem toe. ‘Ja, meneer.’ Antwoordde Dolf waarna de hand van zijn kaak verdween en de agent de ketting losmaakte die hem aan een hekwerk in het busje hield vastgeketend. Hij kneep overdreven hard in zijn bovenarm toen de agent Dolf het busje uit hielp. Dolf was verbaasd over de hoeveelheid mensen die zich bij de ingang van de rechtbank hadden verzameld, er moest toch zeker een groep van honderd man staan. Ze schreeuwden naar hem ‘Moordenaar!’, ‘Monster!’, ‘Doodstraf!’, maar Dolf luisterde niet naar ze, hij was op zoek naar dat ene gezicht in de mensenmassa. Het kostte hem niet veel tijd om het gezicht te vinden. Caleb. Dolf wierp hem een vuile blik toe wanneer hij, onder begeleiding van enkele agenten, langs hem naar de ingang van de rechtbank liep. Niet dat het ook maar iets zou helpen, maar het was de enige vorm van verzet die hij nu nog tegen Caleb kon uiten.


Ook de rechtszaal zat vol met mensen en Dolf liet zijn blik over de rijen glijden. Caleb zat op een van de rijen achterin, waar hij zo snel mogelijk weg zou kunnen gaan, mocht er toch iets mis gaan. Journalisten probeerden zich allemaal op de voorste banken te zetten. Op de voorste bank zaten de mensen die Dolf op het nieuws had gezien. De ouders van de twee slachtoffers. De vrouw huilde en terwijl de man een arm om haar heen sloeg keek hij in zijn richting. Dolf keek snel naar de vloer. Hij voelde erg met hen mee. Dolf wist wat het was om ineens twee mensen te verliezen waar je zoveel om geeft, maar bij hem waren het zijn ouders. Je enige twee kinderen verliezen, dat moest nog honderd keer erger zijn, een miljoen keer erger zijn.


De rechtszaak ging enigszins langs Dolf heen. Hij beantwoordde de vragen die hij geacht werd te beantwoorden met ‘Ja’ of ‘Nee’ en luisterde naar verschillende rechercheurs en ander wetenschappelijk volk terwijl deze hun verhaal vertelden over welke bewijzen er waren aangetroffen voor de moord op de twee kinderen. Alsmaar zocht Dolf met zijn ogen die van Caleb op. Hij haatte hem. Wat haatte hij hem verschrikkelijk, maar er was niets wat hij er tegen kon doen. Dolf’s advocaat, een lange man met een kaal hoofd, stond op om tegen een van de wetenschappers een vraag te stellen over hoe ze hadden berekend dat de verdachte zoveel kilo had moeten wegen, waarna het ellenlange verhaal weer door ging. Hij wenste dat het voorbij was, de manier waarop iedereen naar hem keek, zo ijskoud, het maakte dat hij zich enorm ongemakkelijk voelde. Maar helaas, het verhaal ging maar door en ging maar door. Een vrouwelijke agente ging haar verhaal vertellen over hoe ze de twee kinderen, van 9 en 12 jaar, ze kon de leeftijd niet genoeg benadrukken, had aangetroffen in de woning, hoe ze dat beeld nooit meer van haar netvlies zou kunnen wissen, dat ze dit in haar carrière nog nooit had meegemaakt en dat de persoon verantwoordelijk zwaar zou moeten worden gestraft. Dolf zuchtte diep, hij wilde niet luisteren naar wat ze gezien had toen ze de slachtoffertjes vond, ook al was hij er zelf niet bij, hij wist wat Caleb had gedaan, hij kende zijn manier van werken. Beelden vormden zich in zijn gedachten van de twee jongetjes, handen aan elkaar gebonden, waarna Caleb en die andere man… Nee, hij wilde er niet aan denken.


Tegen de tijd dat de rechtszaak bijna afgelopen was, was Dolf uitgeput. De afgelopen nachten had hij niet geslapen en alles wat er was gebeurd had hem opgebrand. Zijn advocaat stootte hem plotseling aan, hij gebaarde dat hij moest gaan staan, waarna Dolf met een zucht van zijn stoel af kwam en ging staan. Enigszins vragend keek hij de rechter aan, die ook vragend in zijn richting keek. Opnieuw stootte zijn advocaat hem aan. ‘Zou u de vraag kunnen herhalen, edelachtbare?’ Vroeg Dolf. De rechter keek geïrriteerd, maar stelde opnieuw de vraag die Dolf eerder niet had opgevangen. ‘Meneer Armstrong, wat heeft u voor uzelf te zeggen nu het aangetroffen bewijs aan bod is gekomen en alle getuigen hun woord hebben gedaan?’ Dolf keek opzij, waar de mensen zaten die gekomen waren om de rechtszaak bij te wonen. Opnieuw stopte zijn blik bij de ouders van de kinderen, de vrouw was gestopt met huilen, maar het was overduidelijk dat ze het zwaar had. Caleb zat nog steeds achterin, hij keek met een blik, die dreigend moest overkomen, zijn kant op. In een flits speelde het zich nog allemaal een keer in zijn hoofd af. De ruzie met Caleb, over wat hij had gedaan en wat er fout was gegaan. De mededeling dat hij niet langer meer voor hem wilde werken, dat hij te ver gegaan was. De bedreiging van Caleb’s kant die volgde, dat hij zijn eigen voordeur niet eens zou halen als hij niet zou bekennen, de drie agenten die bij hem binnenstormden, de dagen van verhoor op het politiebureau. Er was zoveel gebeurd in zo weinig tijd. Dolf vulde zijn longen met lucht en wilde vervolgens de vraag beantwoorden, maar er kwam niets over zijn lippen. Het liefst had hij nu willen schreeuwen. Schreeuwen dat niet hij maar Caleb degene was die dit op zijn geweten had, maar de keuze tussen een gevangenisstraf of Caleb, die was snel gemaakt. Hij slikte, het was pas nu dat hij merkte hoe droog zijn keel was en hoe stil het in de rechtszaal was. Alle blikken waren op hem gericht, wachtend op het antwoord op de vraag van de rechter. Het antwoord dat de rest van zijn leven zou bepalen. Dolf sloot zijn ogen, probeerde zich voor een moment te kalmeren, ‘Schuldig.’ Zei hij vervolgens duidelijk. Enkele mensen in de rechtszaal begonnen te klappen, geluiden van opluchting waren hoorbaar. Dolf keek naar zijn schoenen. Dit was het dan, hij had een moord bekend die hij niet had gepleegd. Hij had gelogen, om Caleb uit de brand te helpen, zelfs al had hij dat niet gewild. De rechter riep tot orde in de zaal, waarna zijn uiteindelijke uitspraak kwam. ‘Dolf Isiah Armstrong, hierbij wordt u schuldig bevonden aan de moord met voorbedachten rade op Justin en Lincoln Adams.’ Dolf had de namen van de kinderen niet eerder gehoord, of het was wellicht langs hem heen gegaan. Justin en Lincoln. Waarom had Caleb uitgerekend Justin en Lincoln uitgekozen? ‘Ik veroordeel u tot een levenslange gevangenisstraf die moet wordt uitgezeten in Alcatraz, zonder enige mogelijkheid tot vervroegde vrijlating. Het oordeel wordt met directe ingang uitgevoerd. Deze zaak is gesloten.’ De rechter had zijn laatste woord gezegd. Alcatraz, dat zou zijn waar hij uiteindelijk weg zou rotten in een cel. Nog eenmaal keek Dolf om naar Caleb, die een smerige lach op zijn gelaat had. Hij was duidelijk tevreden, maar voordat Dolf hem een dodelijke blik had toegeworpen werd hij weggeleid door een agent. Weg van de rechtbank, weg van Caleb, weg van het leven waar hij eerst zo van had genoten, weg van de wereld. Naar Alcatraz.


Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Spencer Reid
A D M I N

avatar

Aantal berichten : 91
Registratiedatum : 20-03-13
Leeftijd : 20
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Soort: Gevangenen
Liefde: Sometimes the hardest part isn't letting go, but rather, learning to start over.
Quote: Look at me. Without a gun I look like a teacher's assistant!

BerichtOnderwerp: Re: Dolf Isiah Armstrong   wo apr 10, 2013 1:05 am


_________________



"It has been said that time heals all wounds. I do not agree.
The wounds remain. In time, the mind, protecting
its sanity, covers them with scar tissue,
and the pain lessens, but it is never gone."

Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://alcatraz.actieforum.com
 
Dolf Isiah Armstrong
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Alcatraz :: 
 :: Sign In :: Accepted
-
Ga naar: